Goldman

Johan Christiaan Goldman, geb. te Dresden 3 Dec. 1765, kwam 15 April 1785 in Indië met het schip Dordrecht als soldaat, zijnde op een reize naar Amsterdam wegens handelszaken, door de werf-officieren of zoogenaamde zielverkoopers op Hamburger berg genomen.

Hij trad Juli 1785 in civielen dienst als provisioneel assistent op het negotiekantoor te Semarang; hij maakte in 51 dienstjaren hier te lande een schitterende carrière, was o.a. president van de Alg. Rekenkamer (1816), hoofddirecteur van Financieën (1820), Raad van Indië (1827) en vice president van dat Hooge College (1836).

Bij K.B. van 19 Nov. 1838 werd hij eervol ontslagen; in 1823 was hij ridder van den Ned. Leeuw geworden en bij K.B. van 19 Nov. 1838 No. 84 werd hij met zijn wettige afstammelingen in den Ned. adel verheven "ten blijke van Zijner Majesteits bijzondere tevredenheid over zijn langdurige en gewichtige diensten".

Hij overleed 8 Sept. 1840 op het landgoed Tjiomas.

Bij zijne echtgenoote Wilhelmina Dorothea Coert (1777-1838) had hij 10 kinderen o.a. 3 zoons uit wie een talrijk nageslacht.


bron: Bataviaasch Nieuwsblad, 28 Juni 1930.