De Liser de Morsain

Petrus Paulus de Liser de Morsain, geb. te Merxem bij Antwerpen 17 April 1796, overleden te Semarang 11 Juni 1847, zoon van Jean Michel Joseph Henry de Liser de Morsain en Petronella van Coeckelberghe.

Hij kwam 30 Sept. 1817 met het schip l'Auguste, schipper Cap. Treveling, in Ned. Indië aan als 1e luitenant der Inf., maakte als kapitein den oorlog in het Cheribonsche mede en werd op 10 Febr. 1818 aldaar bij een uitval door een lanssteek in zijn rechterborst gewond; op 1 April 1821 werd hij 1e klerk bij den resident van Batavia op f. 145 's maands; 1 Mei 1823 1e klerk bij den Hoofdadministrateur van Financiën op f. 150 's maands; 1 Jan. 1825 op f. 200; waarnemend 2e commies 7 April 1825; 1 Aug. 1826 weer 1e klerk op f. 150; 1 Dec. 1826 idem op f. 150; 1 Juli 1828 2e commies bij de Algemeene Rekenkamer op f. 220; 3 Oct. 1834 1e commies bij de Alg. Rekenkamer op f. 300; 12 April 1837 secretaris van Madioen op f. 400; 22 Juli 1837 honorabel ontslagen en op wachtgeld à f. 133,50; 20 Dec. 1837 wachtgeld op f. 150 gebracht; 16 Febr. 1841 tijdelijk onderstand van f. 50 boven zijn wachtgeld; 16 Febr. 1841 gepensionneerd, besluit No. 2 met f. 900 civiel pensioen 's jaars, bij besluit van 31 Aug. 1835, No. 45, verkreeg hij het radicaal van Indisch ambtenaar.

Hij was 13 Oct. 1822 te Batavia gehuwd met Jocomina Kok en heeft een talrijke nakomelinschap (gehad). De Liser de Morsain en De Lizer geheeten.


bron: Bataviaasch Nieuwsblad, 24 Mei 1930.