VI Kota (laras)

Een der zeven larassen der afd. Batipoe en X Kota, res. Padangsche Bovenlanden, gelegen tusschen de Goenoeng Merapi, Goenoeng Singgalang en Goenoeng Ambatjang.

Deze laras wordt doorsneden door de Batang Anei; de groote weg, die van Kajoe Tanam naar Padang Pandjang voert, loopt tot dicht bij Padang Pandjang in de nabijheid der Batang Anei; het gedeelte van den weg in het Zuiden der VI Kota voert door de "kloof" over zeer geaccidenteerd terrein. Bij Ajer Mantjoer ziet met van uit den grooten weg een waterval van ± 75 voet hoogte.

De hoofdplaats der afdeeling Batipoe en X Kota, Padang Pandjang, is in deze laras gelegen; het is de standplaats van den assistent-resident, heeft een uitgebreiden handel en is vooral als doorvoerplaats zeer levendig; men treft er een koffie-inkooppakhuis, een Europeesche en inlandsche school aan en er is een groot garnizoen.

Bij het kampement te Goegoe Melintang staat een gedenknaald, opgericht ter herinnering aan de heldhaftige verdediging en zelfopoffering der bezetting in Februari 1841.

De assistent-resident is magistraat en tevens voorzitter van de rapat (inlandsche rechtbank) te Padang Pandjang.

De spoorlijn van Kajoe Tanam naar Padang Pandjang en Fort de Kock met een zijlijn van Padang Pandjang naar het meer van Singkara loopt gedeeltelijk door de VI Kota.

Er is één erfpachtsonderneming uitgegeven.

Het klimaat is te vochtig om gezond te kunnen worden genoemd.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 2, p. 297.