Joannes Siberg

Geboren te Rotterdam (14 Oct. 1740) uit het huwelijk van H. Siberg met A.Th. Jalink.

Hij vertrok 24 April 1758 als constabelsmaat naar Indië en werd in hetzelfde jaar tot assistent te Batavia in dienst der Comp. benoemd. In 1776 huwde hij met een dochter van den toenmaligen Ontvanger-generaal van Ned.-Indië Alting en werd in dat jaar bevorderd tot opperkoopman, commandeur van Sumatra's Westkust. In Sept. 1780 (zijn schoonvader was toen waarn. G.-G.) volgde zijn benoeming tot gouverneur en directeur van Java’s Noordoostkust, welke betrekking hij tot Sept. 1787 bekleedde, na inmiddels in 1782 te zijn benoemd tot Raad extra-ordinair van Ned.-Indië. Aan zijn opvolger J. Greeve gaf hij dd. 18 Sept. 1787 een zeer belangrijke "Memorie" betreffende dat gouvernement (gepubliceerd in de Jonge: Opkomst, Dl. XII, bl. 81-124). In deze functie traden vooral zijn hoedanigheden als "handig koopman" op den voorgrond. Van Deventer schrijft: (De Jonge, XII, bl. XLV) "Met het reeds door hem vergaderde kapitaal trad hij regtstreeks en zijdelings als concurrent der particuliere handelaren op, kocht hij of deed hij door de kapitein-Chinezen alle rijst en zout opkoopen, en verhandelde hij die hetzij aan de Compagnie, of overal elders".

Maar hij had ook goede hoedanigheden; in 1784 bijv. stichtte hij op eigen kosten te Semarang een "Marineschool" (De Jonge, XII, bl. 64). Bij zijn aftreden als gouverneur werd hij benoemd tot President van het College van Schepenen van Batavia en vervolgens (in hetzelfde jaar 1787) tot Kolonel van de burgerij aldaar en commissaris van het klein zegel.

Vier jaren later volgde zijn aanstelling tot Raad ordinair van Ned.-Indië en in 1793 tot Eerste raad en directeur-generaal van Ned.-Indië ad interim, welke laatste betrekking hij echter wederrechtelijk en ten koste van Van de Graaff, gewezen Gouverneur van Ceilon, die door de heeren XVII reeds in 1791 tot die functie geroepen was, bekleedde. G.-G. tevens C.-G. Alting, wist zelfs te bewerken dat zijn schoonzoon (14 Dec. 1793) werd benoemd tot Comm.-Gen., welke betrekking Siberg waarnam tot de ontbinding dier Hooge Commissie op 28 Sept. 1799. Bij het overlijden van den G.-G. van Overstraaten (die Alting als zoodanig was opgevolgd) den 22 Aug. 1801 trad Siberg op als waarn. G.-G. en werd in die functie bevestigd door het Staatsbewind der Bataafsche Republiek dd. 16 April 1802, hoewel hij reeds als dir.-gen. in Holland zeer gewantrouwd werd (De Jonge, XII, bl. LXIV noot).

Na meermalen ontslag te hebben verzocht werd hem 19 Oct. 1804 vergund zijn waardigheid over te dragen aan den dir.-gen. Wiese, doch hij trad officieel eerst af den 15 Juni 1805. Daarna bleef hij als ambteloos burger in Indië wonen en overleed op Molenvliet bij Batavia, den 18 Juni 1817.

Tijdens zijn bestuur als G.-G. had een algemeene opstand in Cheribon (zie aldaar) plaats, en was het in Bantam wegens het vermoorden van den Sultan (18 Maart 1804) ook niet rustig. Een doorslaand bewijs van zijn anti-Fransche gevoelens (hij werd steeds verdacht Engelsch gezind te zijn), maar ook van zijn zelfstandigheid gaf Siberg in 1803, toen den 11 Dec. een Fransch eskader ter reede van Batavia kwam, meldende den hernieuwden oorlog met Engeland. Dit eskader voerde tevens 200 man hulptroepen aan, met nb. 40 hoofdofficieren, zoogenaamd om bescherming te verleenen tegen den gemeenschappelijken Engelschen vijand, doch inderdaad om vasten voet op Java te krijgen. Siberg zag dit zeer goed in, nam het aanbod aan voor zoover de manschappen betrof, doch liet den woordvoerder, Adjudant-Generaal de Gosson met zijn geheelen staf weer vertrekken naar Mauritius, vanwaar hij gekomen was.

Als G.-G. schreef Siberg 19 Mei 1802 een "Kort vertoog" omtrent het "Bericht" van D. van Hogendorp, en wederlegt daarin diens beweringen (De Jonge, XIII, bl. 39-43).

Over ’t algemeen worden de bestuursdaden van Siberg, in zijn verschillende functiën, verre van gunstig beoordeeld.

Litteratuur: M.A. van Rhede van der Kloot, De Gouverneurs-Generaal en Commissarissen-Generaal .... enz., ’s Gravenhage, 1891; zoomede de daarbij vermelde bronnen.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 2, p. 582.