L Kota (afdeeling)

Afdeeling van de res. Padangsche Bovenlanden, is van alle kanten door bergen ingesloten, waardoor in het Zuidwesten de rivier van Agam breekt bij het plaatsje Padang Tarap, terwijl in het Noorden de Kloof van Arau een uitweg geeft; in het Zuidoosten vernauwt zich de kom tot een langwerpig dal, waarin het landschap Halaban is gelegen. De Batang Agam ontspringt in de onderafd. Oud-Agam op den Goenoeng Merapi, stroomt in Noordoostelijke richting langs Pajakombo, hoofdplaats der L Kota, en stort zich niet ver van deze plaats in de Batang Sinamar, die in ongeveer Zuidelijke richting de onderafd. Pajakombo (langs Halaban) doorstroomt, om daarna de aangrenzende afdeeling Tanah Datar te doorloopen en zich niet ver van de kampong Goegoek in de Batang Ombilin te storten.

Van de hoofdplaats Pajakombo loopt een breede, goed aangelegde weg naar Fort de Kock; voorts is zij door een weg met de onderafd. Lientau en Boea (afd. Tanah Datar) verbonden, en van uit dezen weg door een zijweg met de hoofdplaats der afd. Tanah Datar, Fort van der Capellen, welke weg over den Boekit Marapalam (1175 m.) leidt, een uitlooper van den Goenoeng Sago (2080 m.). Deze Boekit Marapalam is bekend uit den Padri-oorlog, waar onze troepen het hoofd op de versterkingen van den vijand stootten, toen zij den bergpas wilden forceeren ten einde naar Boea en Lintau te kunnen oprukken. Op dien berg vindt men nog een gedenkteeken, opgericht ter nagedachtenis van den in 1832 daar gesneuvelden kapitein Schenck. Van Pajakombo voert een weg Noordwaarts naar de onderafd. Poear Datar en Mahi en een weg naar de onderafd. Pangkalan Kota Baroe en XII Kota Kampar.

In eerstgenoemde onderafd. ontspringt de Batang Mahi die met hare zijrivieren, de Malagiri en Boeloe Kassoh, de tweede doorstroomt. Als hoogste toppen in het bergland worden genoemd: de Boekit Sanggoel (1474 m.) en Boekit Koemajan (1540 m.).

Administratief is deze afdeeling verdeeld in drie onderafd., nl.:

  1. de onderafd. Pajakombo,
    met de hoofdplaats, tevens die der afd., en standplaats van den ass.- res., met een klein garnizoen, een koffie-inkoop-pakhuis en een inlandsche school. De plaats is zeer net aangelegd langs den bijzonder breeden weg, die naar Fort de Kock voert. Nabij dien weg is een zeer fraaie druipsteengrot. De hoofdplaats heeft een ruime goed onderhouden marktplaats, die op pasardag door duizenden inlanders wordt bezocht en waar een levendige handel wordt gedreven. De onderafd. telt 13 districten (laras): Batoehamper, Goegoe, Kota nan IV, Kota nan Gadang, Limboekan, Loeboe Patingko, Moenkar, Paiabasong, Sarilamak, Si Toedjoe, Soengei Baringin, Taram en Halaban. De ass.-res. is magistraat en tevens voorzitter van de inlandsche rechtbank te Pajakombo. De kleeding, waarmede de vrouwen van gegoede inlanders dezer onderafd., die voor de schoonste der Padangsche Bovenlanden worden gehouden, zich tooien, is niet alleen rijk, doch tevens fraai en sierlijk en wijkt af van de kleeding in andere deelen der Bovenlanden. Er zijn er, die een viertal sarongs boven elkaar dragen, benevens een slendang van gouddraad, een bloedkoralen halssnoer en een hoofdtooisel van bladgoud en koraal. De gewone dracht bestaat in een doek, die het aangezicht nauw omsluit en een tweeden doek als tulband op het hoofd gevouwen, terwijl een tweetal sarongs het benedenlijf bedekken.
  2. de onderafd. Poear Datar en Mahi,
    bestaande uit drie larassen, Kota Lawas, Soeliki en Mahi. De hoofdplaats is Soeliki, standplaats van den controleur.
  3. de onderafd. Pangkalan Kota Baroe en XII Kota Kampar
    met vier districten (laras), Pangkalan Kota Baroe VI Kota, VI Kota Kampar di Moedik, VII Kota Kampar di Ilir en Kapoer nan Sembilan, zoomede het landschap Gloegoer III Kota di Ilir. Kota Baroe is de hoofdplaats en standplaats van den controleur.

Het aangename en gezonde klimaat dezer afd., doch meer in het bijzonder dat der onderafd. Pajakombo, niet te koel en niet te heet, staat ter Sumatra’s Westkust gunstig bekend; menige zieke vindt daar herstelling. De bevolking, over het geheel zeer welvarend, houdt zich bezig met koffiecultuur, die hier een rijke productie levert, en met de teelt van tabak, waarvan die van Pajakombo ter Westkust een goeden naam heeft, al is het product van minder kwaliteit dan de Java-tabak.

Ook de gambir wordt in de L Kota op groote schaal aangekweekt om door koking het verdikte sap uit de bladeren te verkrijgen, dat gestold in den vorm van koekjes in den handel wordt gebracht.

Voorts wordt van hier veel kaneel naar Padang afgevoerd.

Het suikerriet wordt in tal van kampongs tusschen cylinders uitgeperst, het verkregen sap in pannen gekookt en de op deze wijze bereide suiker in den vorm van koekjes ter markt gebracht.

Vele inlanders houden zich met deze industrie bezig; in Poear Datar wordt de suiker meer uit het sap van den arè;npalm bereid. Goud wordt in deze afd. verkregen door regelmatige ontginning van mijnen of wassching van goudhoudende aarde.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 2, pp. 300-301.