Arnold Adriaan Buyskes

Geboren te Enkhuizen 21 Jan. 1771, zoon van P. Buyskes, burgemeester van Enkhuizen en A.A. Jordens.

In 1783 trad hij als adelborst in zeedienst, bezocht herhaalde malen Indië, waar hij o.a. in 1802 belast werd als gecommitteerde der Ind. regeering de Molukken van de Engelschen over te nemen.

Bij de zeemacht bekleedde hij verscheidene hooge betrekkingen, tot hij als Schout hij nacht en aide de camp van koning Lodewijk in 1807 benoemd werd tot bevelhebber der zeemacht in Indië en als Luit.-Gouv.-Gen. belast werd, om, als Daendels niet in Indië mocht zijn aangekomen, het bestuur van Wiese over te nemen.

In Indië gekomen vond hij de vloot geheel vernietigd; hem viel dus de moeilijke taak ten deel om, door den bouw van kleine schepen, zooveel mogelijk in dat gemis te voorzien.

Benoemd tot vice-pres. van den Raad van Indië, kreeg hij als Luit.-Gouv.-Gen. bovendien het bevel over de troepen onder Batavia behoorende en aanvaardde in Dec. 1808 het hevel over de zee- en landmacht te Soerabaja, waar hij ook den aanleg der versterkingen aldaar bevorderde.

Verschil met Daendels noopte hem zijn ontslag te verzoeken (Oct. 1809); het schip, waarmede hij uit Indië vertrok, werd door de Engelschen vermeesterd en Buyskes geraakte in krijgsgevangenschap. Daaruit ontslagen, werd hij weder als Schout bij nacht in actieven (Franschen) zeedienst geplaatst.

Na het herstel van Nederland’s onafhankelijkheid werd Buyskes benoemd tot kommandant van een naar O.-Indië bestemd eskader, tevens tot Commissaris-Generaal met Elout en Van der Capellen, en met hen belast het bestuur van Indië uit handen der Engelschen over te nemen (20 Nov. 1814).

Het duurde echter tot Oct. 1815 vóór hij naar Indië vertrok; 26 April 1816 kwam hij in Batavia aan en aanvaardde met zijne mede commissarissen 19 Aug. d.a.v. het bestuur.

Bij het uitbarsten van een opstand in de Molukken werd Buyskes derwaarts gezonden (1817) om daar het souvereine gezag uit te oefenen en het noodige te verrichten tot herstel der rust. Dit gelukte hem volkomen; in April 1818 keerde hij weder naar Batavia terug.

Als lid der Hooge Commissie hield B. zich vooral bezig met het beheer der marine-zaken. Na de aftreding dier Commissie (16 Jan. 1819) vertrok hij naar het vaderland, leed op de terugreis schipbreuk, maar werd gered, en kwam in Nov. 1819 in Nederland aan. Daarna was Buyskes, die in 1827 tot vice-admiraal werd benoemd, nog werkzaam in verschillende commissiën voor de marine en ’s lands verdediging; hij overleed 23 Jan. 1838 op den huize Valken bosch onder Loosduinen.

Zie Van Rhede V.d. Kloot, De Gouv.-Gen. enz. ’s Grav. 1891 passim.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, p. 301.