Leonard Pierre Joseph burggraaf du Bus de Gisignies

Geboren 1 Maart 1780 op het kasteel van Dottignies (Oost-Vlaanderen), uit het huwelijk van P.I.J. du Bus en M.T.B. Vuylsteke.

In 1802 in dienst van het Fransche keizerrijk getreden, zag hij zich spoedig na de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden tot hooge betrekkingen geroepen: Lid (1815) en voorzitter (1818) van de Tweede Kamer, Gouverneur van Antwerpen (1820) en van Zuid- Brabant (1823) tot hij 10 Aug. 1825 benoemd werd tot Commissaris-Generaal des Konings in Ned.-Indië, ten einde in het vereenigd belang van Ned. en Ned.-Indië al datgene te verrichten, wat door Z.M. op de plaats zelve zou kunnen verricht worden.

Als een der eerste aanleidingen tot zijne zending werd beschouwd het niet nakomen door Van der Capellen van het Reg. regl., door Comm. gen. in 1818 vastgesteld; Du Bus werd aanbevolen, den bestaanden toestand te handhaven, met zoodanige wijzigingen als hem noodig toescheen.

Du Bus ontleende aan zijne opdracht de bevoegdheid om een nieuw Reg. regl. vast te stellen (1827 St. 89), dat echter niet werd bekrachtigd en slechts korten tijd gold. Behalve het instellen van bezuinigingen, noodig door het kostbaar bestuur van Van der Capellen, en die door Du Bus met vaste hand werden ingevoerd, had hij in opdracht een onderzoek te doen naar de verschillende stelsels van bestuur, door de voorafgaande landvoogden gevolgd.

De vrucht van dat onderzoek was het beroemd rapport van 1 Mei 1827 (te vinden o.a. bij Steyn Farvé: "Het koloniaal monopolie-stelsel .... nader toegelicht", Zalt-Bommel 1851), waarin hij zich een voorstander betoont van ontwikkeling van Java door uitgifte op groote schaal in erfpacht van woeste gronden aan particulieren (Zie: Cultuurstelsel en Agrarische Wet), en dat verscheidene hervormingen aangeeft, die eerst veel later zijn ingevoerd. Ten gevolge toch van het optreden van Van den Bosch werden deze voorstellen buiten beschikking gehouden.

Tijdens zijn bestuur werd de opstand van Dipa Negara (Zie: Vorstenlanden en Java, geschiedenis van) bedwongen, gelukte het de rust op Sumatra’s Westkust te bewaren, die door de botsingen met de Padri’s (Zie aldaar) was in gevaar gebracht, werd Matan onderworpen en het sultanaat van Soekadana (West-Borneo) ingesteld en Tanette op Zuid-Celebes getuchtigd.

Eene poging om op Nieuw-Guinea vasten voet te krijgen door de oprichting van het fort Du Bus mislukte ten gevolge van het klimaat.

Tot de talrijke bezuinigingen door Du Bus ingevoerd, werd hij in staat gesteld door de groote macht, hem gegeven, zoodat hij de eerste 3 jaren geheel alleen bestuurde en de Hooge Regeering eerst in Febr. 1828 gemachtigd werd de dagelijksche zaken zonder zijne machtigingen af te doen. Daar hij ook in militaire zaken, met name in het voeren van den oorlog tegen Dipa Negara, voor bezuinigingen streed, kwam hij in botsing met den legerbevelhebber, Luit.-Gouv.-Gen. De Koek; hij was echter verstandig genoeg om aan diens inzichten toe te geven waar het de leiding der operatiën gold.

Eene belangrijke hervorming van het muntwezen kwam onder het bestuur van Du Bus in Indië tot stand; bovenal legde hij zich toe op de ontwikkeling van den landbouw op Java, waartoe proeven met de invoering van verscheidene cultures: thee, kaneel, kruidnagels, peper, katoen, moerbeziën, nopal en cochenille, genomen werden.

De intrekking der landverhuur in de Vorstenlanden door Van der Capellen werd door hem opgeheven, en evenzoo belemmeringen voor de vestiging van Europeanen op Java.

Den 16den Jan. 1830 legde Du Bus zijne waardigheid neder en keerde naar Nederland terug.

Hij overleed 31 Mei 1849 op het kasteel van Oostmalle (provincie Antwerpen).

Zie over zijn bestuur: Jhr. Mr. H. v.d. Wijck, De Ned. O.-I. bezittingen onder het bestuur van den Komm.-gen. Du Bus de Gisignies. ’s Grav. 1866. Hand. van het Ind. Gen. 1854, bl. 132; M.A. v. Rhede V.d. Kloot, De Gouv.-Gen. en Comm.-Gen. ’s Grav. 1891 passim.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, pp. 300-301.