Jan Frederik Gerrit Brumund

Geboren 29 Aug. 1814 te Amsterdam, waar hij aanvankelijk aan het Athenaeum studeerde, terwijl hij later de Utrechtsche Hoogeschool bezocht en 7 Aug. 1839 tot den predikdienst in de Hervormde Kerk werd toegelaten.

In 1840 werd hij tot predikant voor den dienst in Ned. Indië aangesteld; zijn eerste standplaats was Soerakarta (Juli 1841) vanwaar hij naar Amboina verplaatst werd (1842). Daar verloor hij vrouw en kind; door hevige koortsen uitgeput, verzocht hij verlof naar Java, werd daar, na korten tijd te Rembang werkzaam te zijn geweest, weder te Soerakarta geplaatst (1846), vervolgens te Soerabaja (1851), en te Batavia (1854).

In 1857 met verlof naar Nederland teruggekeerd, kwam hij in 1859 in Indië terug, werd in dat jaar reizend predikant te Pontianak, tot hij in Aug. 1860 weder te Batavia geplaatst werd. Den 17den Mei 1862 werd hij op verzoek eervol ontslagen.

Brumund had zich tijdens zijn predikambt, behalve door zijn dienstwerk en zijne bemoeiing met de Christelijke zending, verdienstelijk gemaakt door tal van kleinere en grootere opstellen in het Tijdschrift v. N. Indië (o.a. een opstel over de taal der Aroe-eilanden 1844) en vooral door de uitgave van een werk, waarvan de deelen op onbepaalde tijden naar de gebleken behoeften zouden verschijnen. Van deze "Indiana" zagen 2 dln. het licht, die vooral betrekking hebben op oudheidkundige onderzoekingen, reisherinneringen, zedeschetsen in den vorm van novellen, en stukken betrekkelijk kerk en zending. Door de eerstgenoemde uitgave was zijn geschiktheid voor oudheidkundige onderzoekingen gebleken; in 1857 werd hem door de Regeering opgedragen eene beschrijving te maken van den tempel van Boroboedoer, die echter niet werd uitgegeven, maar door Dr. Leemans voor zijn werk over dien tempel is benuttigd.

Na zijn ontslag als predikant werd Brumund in commissie gesteld om eene kritische beschrijving der Hindoe-oudheden op Java te vervaardigen; op een reis, daartoe ondernomen, overleed hij 12 Maart 1863 te Malang. De resultaten van dat onderzoek zijn neergelegd in de Verhandl. v.h. Bat, Gen. Dl. XXXIII.

Behalve de genoemde werken schreef hij o.a. Berichten omtrent de Evangelisatie van Java, Amst. 1854, Het volksonderwijs onder de Javanen, Bat. 1857 en Schetsen eener mailreize van Batavia naar Maastricht, Amst. 1862.

Ook door de bevordering van wetenschap en onderwijs in Indië, te Soerabaja ook als Directeur van ’t Nut van ’t Algemeen, te Batavia als bestuurder van het Bat. Gen. v. K. en Wetensch. heeft Brumund zich zeer onderscheiden.

Zie over hem P.J. Veth, Ontdekkers en onderzoekers, Leiden 1884 (gewijzigde uitg. van de biographie in de Levensberichten der Mij van letterk., waar ook een lijst zijner geschriften is opgenomen).

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, p. 291.