Jan de Rovere van Breugel

Geboortig van ’s Gravenhage, kwam hij in den loop van het jaar 1779 als assistent naar Batavia. Hij werd nog in datzelfde jaar tot den rang van onderkoopman, en in het volgende tot fiskaal bevorderd. Vandaar naar Bantam verplaatst, klom hij in 1782 tot "provisioneel" en daarna tot effectief koopman en administrateur in ’s Compagnies’ dienst op.

Gedurende zijn verblijf te Bantam schreef Van Breugel zijne bekende "Bedenkingen omtrent den staat van Bantam in 1786", welke in de Bijdragen voor de T.VL. en Vk. van Ned.-Indië, N.R.I, zijn openbaar gemaakt, en die, hoewel in menig opzicht minder juist, veel wetenswaardigs bevatten.

In het voorjaar van 1788 vertrok Van Breugel naar Middelburg, waar hij zich metterwoon vestigde.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, p. 287.