Jhr. Mr. Willem Maurits de Brauw

Geb. 24 Aug. 1838 te ’s Gravenhage, promoveerde hij in de beide rechten te Utrecht 22 Jan. 1864 met een proefschrift: "De departementen van algemeen bestuur in Nederland sedert de omwenteling in 1795".

Na eenigen tijd als advokaat werkzaam te zijn geweest, werd hij 7 Juli 1865 commies van Staat bij den Raad van State, Aug. 1867 commies bij het Dep. van Koloniën, waar hij de rangen van hoofdcommies (Juni 1871) en referendaris (Juli 1874) bekleedde, tot hij 1 April 1882 tot administrateur der gen. thesaurie bij het Dep. v. Fin. benoemd werd, welke betrekking hij op 1 Sept. d.a.v. voor die van Minister van Koloniën verwisselde.

Het votum der Kamer over het in het begin van 1882 door den Gouv.-Gen gesloten verlengings-contract met de Billiton-Maatsch. gaf hem aanleiding zijn eervol ontslag te vragen, dat hem op 23 Febr. 1883 werd verleend.

Den 16den Juni 1884 werd hij benoemd tot Commiss. des Konings in Zeeland, welke betrekking hij nog bekleedt.

Gedurende zijn Ministerschap kwamen, behalve de Indische begrooting voor 1883, nog tot stand de wetten tot vaststelling der sloten der rekeningen van N.-Indië over 1867-1869 en werd het in 1883 bij de Wet goedgekeurde contract met de Handelsmaatschappij ontworpen en bij den Raad van State in behandeling gebracht.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, pp. 286-287.