Jan Laurens Andries Brandes

Geb. te Rotterdam 13 Januari 1857, waar zijn vader Luthersch predikant was.

Hij studeerde te Leiden en werd 3 Juni 1884 gepromoveerd tot doctor in de taal- en letterkunde van den Oost-Indischen Archipel op een Proefschrift "Bijdrage tot de vergelijkende klankleer der westersche af deeling van de Maleisch-Polynesische taalfamilie."

Benoemd tot wetenschappelijk ambtenaar voor de beoefening der Indische talen, vertrok hij in 1883 naar Indië; daar werd hij vooral belast met archaeologische onderzoekingen.

Verscheidene hoogst belangrijke artikelen van taalkundigen aard en over de oudheden van Java zijn door hem gepubliceerd in het Tijdschr. van het Bat. Genootschap, van welk genootschap hij tevens bibliothecaris is. De catalogus der archaeologische verzameling van het Bat. Gen. door W.P. Groeneveldt bewerkt, is door hem met belangrijke aanteekeningen verrijkt.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, p. 285.