Peter Philip van Bosse

Minister van Koloniën en Finantiën.

Geboren te Amsterdam den 16den December 1809, was hij na zijne promotie werkzaam als secretaris van de commissie voor de Rijnvaart te Amsterdam, werd in 1845 benoemd tot referendaris aan het Ministerie van Finantiën, en trad reeds in 1848 op als hoofd van dat Ministerie, eerst (3 Juni 1848) tijdelijk, daarna als Minister (21 Nov. d.a.v.). In die betrekking, welke hij tot 19 April 1853, en dus ook gedurende het eerste Ministerie Thorbecke bekleedde, ontwikkelde hij eene buitengewone werkzaamheid; voor Indië waren daarbij vooral van belang de zoogen. scheepvaartwetten, omdat daarbij door de invoering van het reciprociteits-stelsel bij de bescherming der Ned. vlag voor het eerst inbreuk werd gemaakt op het beschermend stelsel in Indië (Zie: In- en Uitvoerrechten).

Ten gevolge der April-beweging trad het Ministerie Thorbecke af; Van Bosse nam voor Rotterdam zitting in de Tweede Kamer, maar werd 18 Maart 1858 weder tot Minister van Finantiën benoemd. Ditmaal slechts voor korten tijd; de verwerping van de wetsvoorstellen omtrent den aanleg van spoorwegen noodzaakte het Ministerie tot aftreden (Febr. 1860); voor Zutfen gekozen, nam hij weder zitting in de Tweede Kamer tot 10 Febr. 1866, toen hij tot Minister van Finantiën benoemd werd in het Kabinet, dat na de aftreding van Thorbecke door Fransen v.d. Putte geformeerd werd. Zooals bekend is, had dit Ministerie slechts een kort bestaan, en werd 1 Juni 1866 door een ander vervangen. Nog eenmaal werd hij met de portefeuille van finantiën belast (3 Juni 1868), om deze voor goed, 5 Jan. 1871, af te geven.

Daarna trad hij echter nog tweemalen als Minister van Koloniën op. Het eerst van 4 Jan. 1871 tot 6 Juli 1872, gedurende welken tijd hij de herziening der in- en uitvoerrechten voorbereidde, doch die niet tot stand mocht brengen, en van 3 Nov. 1877 tot zijn dood op 21 Febr. 1879.

Gedurende zijn laatste Ministerie ontwierp hij nog eene wettelijke regeling der Bijdrage, die met eenige wijziging door zijn opvolger werd overgenomen, maar niet is ingevoerd (Zie: Bijdrage).

Van Bosse nam een belangrijk aandeel in den strijd over de vaststelling der Ind. begrooting bij de wet door zijn opstel, geplaatst Bijdr. t.d. kennis van het staats-, prov. en gem. bestuur Dl. VI, bl. 99.

Zie over Van Bosse een kort levensbericht in de Economist 1879 bl. 331.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, pp. 269-270.