Hendrik Johannes Bool

Geboren te Schoondijke (Zeeland) den 27 Febr. 1828, was eerst (1844-1849) werkzaam bij de registratie, daarna (1849-1859) als stenograaf bij de Staten-Generaal, en tot 1863 als commies hij Binnenl. Zaken.

In dat jaar werd hij tot ambtenaar bij den burg. dienst in Indië benoemd, en in 1864 werkzaam gesteld bij de algemeene Secretarie, waar hij in 1867 tot Gouv. Secretaris, en in 1869 1sten Gouv. Secretaris benoemd werd.

In 1872 werd hij Directeur van Finantiën en na terugkomst van verlof uit Nederland Directeur der Burg. Openbare werken.

In 1882 ontving hij eervol ontslag uit ’s lands dienst, en vestigde zich te Leiden, waar hij tot Wethouder werd gekozen en in 1888 tot lid van de Tweede Kamer, welke betrekking hij nu nog bekleed.

Behalve tal van opstellen in de Kol. jaarboeken (1861), Tijdspiegel (1883,1888), Economist (1884), Ind. Gids (1884, 1893), Vragen des tijds (1889, 1892, 1894), Annales économiques (1890) gaf hij uit de Wet houdende vaststelling van het reglement op het beleid der Reg. van N.I. Met aanteekeningen. Eerste uitgave 1854. Tweede uitgave 1876, beiden te Zalt Bommel.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, p. 235.