Jacob Gijsbert Boerlage

Geb. te Uithoorn, 18 Nov. 1849.

Na aan de Leidsche Universiteit zijne studiën volbracht te hebben, promoveerde hij 2 Juli 1875 in de wis- en natuurkunde op een proefschrift, getiteld: Bijdrage tot de kennis der houtanatomie.

Van 1876-1880 leeraar in de Natuurlijke Historie, eerst aan de Kweekschool voor Onderwijzers te Amsterdam, vervolgens aan het Gymnasium en de Hoogere Burgerscholen te Dordrecht, werd hij in 1881 aangesteld als Conservator bij 's Rijks Herbarium te Leiden, waar hem in 1891 het onderwijs in de Indische Boomflora aan de Rijks-alumni voor het Boschwezen werd opgedragen, terwijl hij in 1894 tot onder-directeur der genoemde inrichting en privaatdocent aan de Leidsche Universiteit werd benoemd.

Over zijne geschriften zie: Botanische Litteratuur.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, p. 226.