Pieter Bleeker

Geboren 10 Juli 1819 te Zaandam, werd aanvankelijk voor apotheker opgeleid, maar wist het hoofdzakelijk door eigen studie tot stedelijk heelmeester en plattelandsgeneeskundige (1840) te brengen, en werd het volgende jaar tot officier van gezondheid 3e klasse bij het leger in Indië aangesteld, waar hij alle rangen tot en met dien van chirurgijn-majoor doorliep.

Hij maakte zich vooral beroemd door zijne talrijke (ruim 500) geschriften over de visschen in de Ned. Indische wateren, waaronder de beroemde Atlas ichtyoLogique des Indes oriënt. 1862-1878 afl. 1-36 in de eerste plaats moet genoemd worden; ook op ander gebied, de Indische dierkunde betreffende, verschenen belangrijke studiën van zijne hand, terwijl nog bovendien tal van min of meer uitgebreide geschriften over andere onderwerpen, voornamelijk geneeskunde, statistiek en staatkunde van hem ’t licht zagen, o.a. ook het boekwerk: Reis door de Minahassa en den Molukschen archipel, 2 dln. Bat. 1857.

Hij nam een groot aandeel in het Wetenschappelijk leven te Batavia o.a. door de oprichting van het Natuur- en Geneeskundig Archief van Ned.-Indië, van de Vereeniging ter bevordering van de geneeskundige wetenschappen in N. Indië, de Kon. Natuurk. Vereen, in N. Indië, en der Maatschappij van Nijverheid en door het secretariaat van het Bat. Genootschap van hunsten en wetenschappen, dat op zijn initiatief het nu nog bestaande Tijdschrift uitgaf. Ook de geneeskundige school te Batavia voor Doctors djawa had veel aan hem te danken.

In 1860 keerde Bleeker, die intusschen tot Dr. in de Wis- en Natuurkunde en in de Geneeskunde honoris causa benoemd was, naar Nederland terug, waar hij voortging met zijn wetenschappelijke studiën, en vier jaar lang het Tijdschrift van Ned. Indië redigeerde.

In 1863 werd hij als kolonel gepensioneerd en in Febr. 1864 benoemd tot staatsraad in buitengewonen dienst. Zijn naam werd ook in het moederland populair door zijne brochure De Cholera, Wenken voor allen, 1866 en door de zoogen. Bleekersdrank, tegen die ziekte door hem aanbevolen.

Bleeker overleed den 24sten Jan. 1878 te ’s Gravenhage, waar hij sedert 1863 woonde.

Zie over hem zijn Levensbericht door hemzelven geschreven in het Jaarboek der Kon. Akad. van Wetensch. 1877, waarin ook voorkomt een lijst van de omstreeks 700 door hem bewerkte geschriften.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, p. 209.