Batavia (residentie)

Residentie gelegen aan de noordkust van West-Java. Dit gewest heeft een oppervlakte van 122 235/1000 vierkante geografische mijlen, en had ult. 1893 een bevolking van 1.162.644 zielen, waarvan 12.183 Europeanen, 80.551 Chineezen, 3309 Arabieren en andere vreemde Oosterlingen en 1.066.601 Inlanders.

Het wordt ten noorden bespoeld door de Java-zee van af de monding van de Tjidoerian, welke rivier van haar oorsprong tot haar uitwatering de grensscheiding met Bantam vormt en dus de westelijke grens van Batavia is, tot aan de oostelijkste monding van de Tjitaroem, Tjiboengin genaamd. De Tjitaroem dient in haar benedenloop tot grensscheiding tusschen Batavia en Krawang, en vormt dus de oostelijke grens van Batavia.

De residentie Batavia wordt ten zuiden begrensd door de Preanger-regentschappen. Die grens begint in het westen op den Goenoeng Halimoen, waar de drie residentiën Bantam, Batavia en Preanger-regentschappen bijeenkomen, loopt verder langs de bergruggen, welke dien berg verbinden met den Salak en den Gedeh, over wier toppen die grens loopt; verder over den tot het Gedeh-gebergte behoorende Pangerango, buigt zich dan noordwaarts naar den Mégamendoeng, en verder oostwaarts over den rug der centraalketen van het Kendeng-gebergte tot aan den Dendeng Hari, waar de grenzen van de gewesten Batavia, Preanger-regentschappen en Krawang samentreflen, en eindelijk langs de oostelijke hellingen van dien berg tot aan het dal van de Tjimanoek.

De noordelijke kust van de residentie Batavia loopt van de monding van de Tjidoerian in ongeveer oostelijke richting over Tandjong Kaik tot aan Oentong Djawa, dat de westelijke punt der baai van Batavia vormt, waarvan het oostelijk uiteinde door de Oedjong Krawang, nabij de oostelijke grens der residentie wordt gevormd. Tot het gewest behooren, behalve de in de baai van Batavia gelegen eilanden, nog de noord-westelijk daarvan gelegen Duizend-eilanden.

De residentie is administratief ingedeeld in de volgende afdeelingen:

  1. Batavia, stad en voorsteden, verdeeld in de districten Pendjaringan, Pasar Senen, Manga Besar en Tanah Abang; tot deze afdeeling behooren de Agnieten-eilanden, de Hoorn-eilanden, de Duizend-eilanden en verdere benoorden Batavia gelegen eilanden,
  2. Meester Cornelis,
  3. Tangerang, en
  4. Buitenzorg.
Deze laatste afdeeling bestaat geheel uit de hellingen en uitloopers van de straks genoemde grensgebergten, terwijl de overige afdeelingen bijna geheel bestaan uit alluviale vlakten, gevormd door het slib, dat de rivieren van die bergen afvoeren.

Behalve door de reeds genoemde grensrivieren, wordt het gewest in zijn geheele lengte van zuid naar noord doorsneden door de Tjidani, die langs Buitenzorg en Tangerang stroomt en waarvan de benedenloop ook wel rivier van Tangerang wordt genoemd, de Angké, de Tjiliwong, die haar oorsprong vindt in de Telaga Werna en door de stad Batavia stroomt, nadat een groot deel van haar water reeds in liet Buitenzorgsche door de Kali Baroe, een gegraven kanaal, afgeleid en beoosten de stad in zee gevloeid is, en de Tjilingsi.

De inlandsche bevolking van dit gewest is van Soendaneeschen oorsprong, maar de hoofdplaats, gedurende weldra 2¾ eeuw de rendez-vous-plaats van bijna alle Zuid- en Oost-aziatische volken en van verscheidene Europeesche natiën, is van zoo gemengden aard, dat men haar bijna geen nationaliteit meer kan toekennen. De daar gesproken taal, het zoogenaamde Bataviaasch Maleisch, is een lingua franca, die van het eigenlijke Maleisch bijna niets meer over heeft dan den naam.

Behalve op de hoofdplaats, waar de kleinhandel het hoofdmiddel van bestaan der inlandsche bevolking is, zijn de landbouw en langs de kusten de visscherij haar hoofdbronnen van bestaan. Zoo-als in de nabijheid van alle groote centra van bevolking zijn de kleine landbouw, de warmoezerij en de ooftbouw er zeer winstgevend. Het geheele gewest bestaat uit particuliere landerijen, waarover verponding wordt betaald, (Zie: Particuliere landerijen bewesten de Tjimanoek), die gedeeltelijk in handen van Europeanen, maar grootendeels in handen van Chineezen zijn. Vroeger werd er vooral door deze laatsten veel suikerriet geteeld; maar sinds de suiker-industrie elders zulke groote resultaten gaf door verbeterde plantwijze en fabricage, konden de primitieve Bataviaasche suikermolens de concurrentie niet meer volhouden, en heeft men de Chineesche suikermolens bijna alle zien verdwijnen. De hoofdopbrengst van de Bataviasche landerijen bestaat tegenwoordig in: padi, gras, katjang, klappers, vruchten, nipa en brandhout, en van de hooger gelegen landerijen ook in: koffie, thee, kina, kaneel en kruidnagelen.

Over de spoor- en tramwegen, die door het gewest loopen, zie: Spoor- en tramwegen. De kanalen en gekanaliseerde rivieren zijn in de benedenlanden van het gewest van zeer veel nut voor den binnenlandschen kleinhandel.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, pp. 139-140.