Adolf Bastian

Beroemd reiziger en ethnograaf, geb. 26 Juni 1826 te Bremen. Hij studeerde eerst in de rechten, daarna in de geneeskunde en natuurwetenschappen, en ondernam herhaaldelijk reizen, het eerst als scheepsdoctor, waarbij hij ook Oost-Indië bezocht.

In 1866 trad hij als privaat-docent te Berlijn op, werd later daar buitengewoon hoogleeraar in de Volkenkunde en belast met het beheer van het Museum voor Ethnographie te Berlijn, dat ook door zijne zorgen op voortreffelijke wijze aan het onderwijs in de Volkenkunde dienstbaar gemaakt is.

Ook na zijne aanstelling te Berlijn deed hij nog verscheidene reizen in het belang van wetenscahppelijke onderzoekingen.

Hij dreef een groot aantal werken, waarin eene verbazend groote massa materiaal, niet altijd even goed geordend, is nedergelegd. Van dezen noemen wij, als ook voor Ned.-Indië belangrijk: Die Völker des östl. Asien, 6 dln., Jena 1866/71; Ethnol. Forschungen, 2 dln., Jena 1871/73; Geogr. und ethn. Bilder, Jenna 1873; Die heilige Sage der Polynesier, Leipz. 1881; Inselgruppen in Oceanien, Leipz. 1883; Indonesien oder die Insel des malayischen Archipel, Leipz. 1884/89; Zwei Worte über Colonial Weisheit, Leipz. 1883; Der Papua des dunkeln Inselreichs, Leipz. 1885; Ueber Klima und Acclimatisation, Leipz. 1889.

Met Rob. Hartmann stichtte hij (1869) het Zeitschrift für Ethnologie.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, pp. 126-127.