Joao de Barros

Schrijver van het beroemde werk "Da Asia", waarin de geschiedenis van de ontdekkingen en veroveringen der Portugeezen in Indië beschreven wordt en ook vele bijzonderheden omtrent hunne lotgevallenn in den Indischen archipel worden medegedeeld.

Hij werd in 1496 te Vizeu geboren en overleed in zijn landhuis Alitem te Pombal (20 Oct. 1570).

Nadat hij bij den kroonprins D. Joao als kamerheer dienst gedaan had, werd hij na dienst troonsbeklimming kapitein der vesting S. George del Mina, en later Gouverneur der Portugeesche bezittingen op de kust van Guinea, en in 1533 schatmeester van Indië en generaal-agent (Feitor da casa da India).

In die betrekking kon hij kennis nemen van de Indische archiven en kwam, ofschoon hij nooit in Indië geweest was, in het bezit der beste gegevens voor de geschiedenis zijner landgenooten in Indië, waarvan hij een zeer oordeelkundig gebruik maakte in het bovengenoemde werk.

Hij mocht daarvan slechts de eerste 3 decaden publiceeren (Lissabon 1552/63); de 4de decade, door hem in handschrift nagelaten, werd na zijn dood uitgegeven (Madrid 1615), terwijl de voortzetting tot en met de 12de Decade door Diogo do Couto (Madrid 1602/1603) bezorgd werd.

Van het geheele werk is in 1778/88 een 2de uitgave in 24 deelen te Lissabon verschenen.

De Barros verkreeg in 1539 de provincie Maranhao in Brazilië, om daar eene kolonie te stichten, 't geen echter voor hem slechte financieele resultaten opleverde.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, p. 126.