Bandoeng (hoogvlakte)

Hoogvlakte of plateau van gemiddeld ruim 700 m. boven den zeespiegel, wordt aan de Z.zijde ingesloten door de voortzetting van den oostelijken Kendengketen, waarin zich daar van W. naar O. de Patoeha, tot een hoogte van 2387 meter als hoogste top, de Tiloe, de Malabar, de Rakoetak, de Patengteng, de Mendelawangi, de Boedjoeng en de Roejoeng verheffen. Aan de N.zijde wordt zij ingesloten door den keten, die de grens van de afdeeling Bandoeng met de residentie Krawang vormt, en waarin zich daar van W. naar O. de Boerangrang, de Tangkoeban Prahoe, en de Boekit Toenggoel verheffen; ierwijl de O. en W.zijden van het plateau worden gevormd door dwarsketens, die de beide eerstgenoemden verbinden.

Het plateau wordt met zeer sterke kronkelingen doorsneden door de Tjitaroem, die ten W. van den Rakoetak doorbrekende, in N.W.lijke richting stroomt, en zich op het plateau vereenigt met de Tjisangkoewi, die ook van het Z. komende tusschen den Tiloe en den Malaboe doorbreekt, en een weinig later de eveneens uit het Z. komende Tji Widaï opneemt. - De algemeene strekking van het plateau is van W.N.W. naar O.Z.O. Het heeft een lengte van ongeveer 25 geogr. minuten, terwijl de grootste breedte ongeveer 10 ¼ geogr. minuten bedraagt, en de geheele oppervlakte ongeveer gelijk is aan de helft van de provincie Utrecht.

Wegens haar hooge ligging en betrekkelijk koel klimaat is de vlakte van Bandoeng wel eens voor kolonisatie door Europeanen aanbevolen.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, p. 98.