Bandoeng (afdeeling)

Afdeeling van de Preanger-regentschappen, met gelijknamige hoofdplaats, tevens hoofdplaats van het regentschap en van het gewest, wordt ten N. begrensd door de residentie Krawang, ten Z. en ten O. door de afdeeling Tjiandjoer, en ten W. door de afdeelingen Soemedang, Tjitjalengka, Limbangan en Soekapoera Kolot.

Het noordelijk gedeelte wordt gevormd door het plateau van Bandoeng, terwijl het zuidelijk gedeelte zeer bergachtig is, en gevormd wordt door de Z.lijke hellingen van de bergen, die de Z.zijde van het plateau begrenzen.

De afdeeling is 275558 hectaren of ruim 50 vierk. geogr. mijlen groot, en is verdeeld in de districten Oedjoeng-broengkoelon, Oedjoengbroeng-wetan, Bandjaran, Kopo, Tjisondari, te zamen de controle-afdeeling Noord-Bandoeng uitmakende, Tjilokotot, Rongga, Radjamandala en Tjihea, te zamen de controle-afdeeling West-Bandoeng uitmakende.
Vroeger behoorde nog tot de afdeeling en het regentschap Bandoeng, de tegenwoordige afdeeling Tjitjalengka, die er echter in 1866 van is afgescheiden.

De voornaamste cultures zijn er behalve de rijstbouw, de koffie kultuur en de kina-kultuur, terwijl er ook op enkele ondernemingen thee wordt verbouwd. In 1894 waren er 55 erfpachtsperceelen tot een gezamenlijke uitgestrektheid van 11614 bahoe’s uitgegeven. Het Gouvernement heeft er kinaaanplantingen, die in vrijwilligen arbeid aangelegd en bewerkt worden, en uitgestrekte koffietuinen.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, p. 98.