Ambon (hoofdplaats)

Hoofdplaats der residentie Amboina, gelegen op het gelijknamige eiland binnen de baai aan de Noordwestkust van Leitimor op 2°4'40" Z.B. en 128°15' O.L., zetel van den resident en den controleur der afdeeling Ambon en van den militairen kommandant der Molukken.

Vlak bij het strand ligt het fort Nieuw-Victoria, een onregelmatige zevenhoek met bastions, waarin de kazernen, eenige officierswoningen en Gouvernements-bureaux en hierdoor loopt de weg naar de eigenlijke stad. Deze strekt zich uit tusschen de riviertjes Wai Tomo en Wai Gadjah, of met de buitenwijken tot Batoe Mérah en Batoe Gantoeng en aan de landzijde tot de heuvels van Soja.

Ten Westen en Zuidwesten van het fort wonen de Europeanen, ten Zuiden daarvan is het Chineesche kamp, terwijl de inlandsche bevolking verspreid is over de negorijen Hatiwe, Seilale, Tawiri, Noesaniwe, Latoehalat en Oeroemesen, benevens Soja di Atas en Mardika ten Noorden der Wai Tomo.

De grenzen der hoofdplaats zijn vastgesteld bij Staatsblad 1888 No. 91 en onder ulto. December 1892 bedroeg de binnen deze gevestigde bevolking 8063 zielen, zijnde 788 Europeanen en daarmede gelijkgestelden, 696 Chineezen, 351 Arabieren, 10 andere vreemde oosterl. en 6218 inlanders; de laatsten verdeeld in 4529 burgers, 1069 negorijlieden, 388 Javanen, Makassaren enz. en 232 Binongkoreezen.

De stad is regelmatig gebouwd en heeft ruime en zindelijke straten, met vele van steen opgetrokken en naast elkander gebouwde huizen. De voornaamste gebouwen zijn: de markt, de protestantsche kerk, het societeitslokaal, het weeshuis, het hospitaal, meerdere scholen, de gevangenis en het residentiehuis te Batoe Gadjah, temidden van een fraaien tuin met stroomend water.

De burgers maken het meerendeel uit der schutterij, bestaande uit een bataljon van 7 compagniën, onder het kommando van den gewestelijken secretaris met den rang van Luitenant-Kolonel.

Sedert 1854 is Ambon een vrijhaven; de waarde der in- en uitvoer gedurende 1891 wordt opgegeven fl. 978.553 en fl. 663.480 te hebben bedragen tegen fl. 1.054.395 en fl. 687.638 in 1890.

Het klimaat is zeer gezond.

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, p. 26.