D.F. van Alphen

Geb. te Utrecht 30 Aug. 1774, gest. te Voorschoten 16 Oct. 1840.

Hij werd, nadat hij eerst te Leiden had gestudeerd en daarna in zeedienst getreden was, in 1797 in Indischen dienst opgenomen, en bewees o.a. als resident van Soerabaja in 1807 groote diensten bij het verschijnen der Engelsche vloot.

In 1808 keerde hij naar Europa terug en was een der eersten, die in 1815 tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal benoemd werd. Belangrijk is zijne "Redevoering over het ontwerp van wet der Geldleeningen ten behoeve van de Overzeesche Bezittingen" uitgesproken in de Zitting der Staten-Generaal van den 27sten Febr. 1826, vermeerderd met eene Inleiding en Aanteekeningen. Leyden 1826. (zie: M. Siegenbeek. Hand. Ned. Lett. 17 Zomerm. 1841).

bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, p. 21.