Abdoe'llah

Arab. "dienaar van Allah", is een ook in den Indischen archipel zeer gebruikelijke naam.

Van hen, die zoo genoemd werden, vermelden wij slechts: Abdoe'llah bin Abd'elkader Moensji, een der voornaamste Maleische schrijvers, wiens werken, die om hun zuiver Maleisch geroemd worden, een persoonlijk karakter dragen. Hij werd in Malakka geboren, leefde daar in de eerste helft dezer eeuw en kwam, na de vermeestering van Malakka door de Engelschen veel in aanraking met Britsche ambtenaren o.a. Farquhar en Raffles.

Van zijne werken zijn vooral belangrijk: de Hikajat Abdoe'llah, o.a. uitgeg. als Auto-biographie van Abd. b. A.M. door H.C. Klinkert Leiden 1882, die belangrijke bijzonderheden over de Hollandsche en Engelsche heerschappij te Malakka bevat; de Pelajaran Adboe'llah, of beschrijving van een reis van Singapore naar Kalantan (o.a. uitg. door J. Pijnappel, Mal. leesboek IV, Leiden 1855 en Klinkert, Leiden 1880). Eene uitgave van de Sadjarah Malajoe of Maleische Kronieken van zijne hand is in 1884 door H.C. Klinkert te Leiden opnieuw bezorgd.

Eene levensbeschrijving van hem, geput uit de Hilkajat is te vinden: T.v.N. I. 1854, I, bl. 73 vlg. 297 vlg.


bron: Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1896-1905), dl. 1, pp. 6-7.